Dominantie bij honden

een mythe onderzocht.

“Je hond trekt aan de lijn omdat hij dominant is.”
“Laat hem niet eerst door de deur gaan.”
“Eet altijd eerst zelf, anders denkt hij dat hij de baas is.”

Het zijn uitspraken die veel hondeneigenaars ooit gehoord hebben. Misschien heb je ze zelf wel eens gebruikt. Ze klinken logisch, zeker als je ervan uitgaat dat honden voortdurend proberen hogerop te raken in een soort hiërarchie binnen het gezin.

Om deze uitspraken te begrijpen, is het belangrijk om te weten waar ze vandaan komen. Ze vinden hun oorsprong in de dominantietheorie.

Waar komt de dominantietheorie vandaan?

Om te begrijpen waarom dominantie zo’n centrale plaats kreeg in de hondenwereld, moeten we eerst naar wolven kijken.

In de vorige eeuw observeerden onderzoekers groepen wolven en zagen ze dat sommige dieren vaker toegang kregen tot voedsel, rustplaatsen of andere waardevolle zaken dan andere wolven. Er ontstond een beeld van een hiërarchische groep met bovenaan een zogenaamde “alfa-wolf”: een leider die zijn positie moest verdedigen tegenover de rest van de roedel.

Deze inzichten vonden al snel hun weg naar de hondenwereld. Men ging ervan uit dat honden op een gelijkaardige manier leefden en dat ze hun menselijke gezin beschouwden als een roedel waarin ze voortdurend op zoek waren naar hun plaats in de rangorde.

Pas later werd duidelijk dat er een belangrijk detail meespeelde in deze onderzoeken. De geobserveerde wolven leefden namelijk in gevangenschap, in groepen die samengesteld waren uit dieren die geen familie van elkaar waren. Ze konden elkaar niet ontwijken en hadden slechts een beperkte ruimte ter beschikking.

Dat is een heel andere situatie dan die van wolven in het wild.

Wat weten we vandaag?

Later onderzoek naar wolven in hun natuurlijke leefomgeving schetste een ander beeld.

Wolvenroedels blijken meestal gewoon gezinnen te zijn: een ouderpaar dat samenleeft met hun jongen van verschillende leeftijden. De dieren die vroeger als “alfa’s” werden omschreven, zijn doorgaans simpelweg de ouders van de groep.

Hun rol is niet gebaseerd op het voortdurend afdwingen van macht, maar op ervaring, zorg en samenwerking binnen het gezin.

Zelfs David Mech, een van de onderzoekers die het begrip alfa-wolf mee bekend maakte, kwam later terug op hoe het concept werd geïnterpreteerd. In zijn boek The Wolf: Ecology and Behavior of an Endangered Species (1970) gebruikte hij de term “alpha wolf” om de leiders van een roedel te beschrijven. Het boek werd bijzonder invloedrijk en droeg sterk bij aan de verspreiding van de dominantietheorie, zowel binnen als buiten de hondenwereld.

Toen later onderzoek naar wolven in het wild een ander beeld liet zien, gaf Mech zelf aan dat de term “alpha wolf” misleidend was. Hij probeerde jarenlang het gebruik ervan te ontmoedigen en publiceerde hierover verschillende artikels. Hij vroeg zelfs aan de uitgever om het boek niet langer te drukken, omdat de inzichten waarop het gebaseerd was ondertussen achterhaald waren. Toch bleef het begrip voortleven en vond het zijn weg naar talloze boeken, opleidingen en televisieprogramma’s over honden.

Daarnaast zijn honden natuurlijk geen wolven. Hoewel honden en moderne wolven een gemeenschappelijke voorouder delen, hebben duizenden jaren samenleven met mensen ervoor gezorgd dat honden zich anders ontwikkelen, communiceren en leren.

Dat betekent niet dat onderzoek naar wolven geen waarde heeft, maar wel dat we voorzichtig moeten zijn wanneer we conclusies rechtstreeks vertalen naar honden en hun relatie met mensen.

Wat betekent dominantie dan wel?

Dat dominantie vandaag vaak verkeerd gebruikt wordt, betekent niet dat het begrip niet bestaat.

In de gedragswetenschap verwijst dominantie naar een relatie tussen twee individuen rond toegang tot een bepaalde hulpbron.

Stel dat twee honden allebei hetzelfde kauwbot willen. Als één van beide honden er consequent in slaagt het kauwbot te behouden terwijl de andere zich terugtrekt, dan kan je spreken van een dominante relatie rond die specifieke hulpbron.

Belangrijk hierbij is dat dominantie:

  • geen persoonlijkheidskenmerk is;
  • niet betekent dat een hond voortdurend de baas wil spelen;
  • afhankelijk is van de situatie;
  • niets zegt over de relatie tussen hond en mens.

Een hond is dus niet dominant. Dominantie beschrijft een relatie tussen individuen, vaak rond een specifieke hulpbron, en geen karaktereigenschap.

Dat verschil lijkt klein, maar is belangrijk.

Hoe kijken we dan naar gedrag?

Wanneer gedrag automatisch wordt verklaard vanuit dominantie, bestaat het risico dat we andere mogelijke verklaringen missen.

Neem bijvoorbeeld een hond die trekt aan de lijn.

Dat gedrag kan verschillende oorzaken hebben. Misschien wil de hond sneller bij een interessante geur geraken. Misschien heeft hij nooit geleerd hoe hij ontspannen aan de lijn kan wandelen. Misschien is hij enthousiast, overprikkeld of zelfs gestrest.

Hetzelfde geldt voor honden die als eerste door de deur lopen, op de zetel springen of graag voorop wandelen.

Deze gedragingen vertellen ons meestal meer over motivatie, emoties of aangeleerd gedrag dan over een poging om de leiding over te nemen.

Door nieuwsgierig te kijken naar het waarom achter gedrag, krijgen we vaak een veel vollediger beeld van wat een hond nodig heeft.

Waarom maakt dit verschil uit?

De manier waarop we gedrag verklaren, beïnvloedt ook de oplossingen die we kiezen.

Wanneer we gedrag zien als een poging om dominant te zijn, bestaat het risico dat we vooral focussen op controle en correctie.

Maar als hetzelfde gedrag eigenlijk voortkomt uit angst, onzekerheid, frustratie, stress, opwinding of zelfs pijn, dan sluit die aanpak niet aan bij de werkelijke oorzaak.

Bovendien bestaat het risico dat we belangrijke signalen van onze hond missen. Honden communiceren voortdurend hoe ze zich voelen, vaak met heel subtiele lichaamstaal. Wanneer we gedrag uitsluitend bekijken door de bril van dominantie, worden signalen van spanning, onzekerheid of ongemak gemakkelijker over het hoofd gezien.

Nochtans ligt net in die signalen vaak waardevolle informatie over wat een hond nodig heeft op dat moment.

Wat vertelt de moderne gedragswetenschap ons?

Moderne gedragswetenschap vertrekt vaak vanuit een andere vraag:

Waarom vertoont mijn hond dit gedrag?

In plaats van te kijken naar macht of rangorde, kijken gedragsdeskundigen onder meer naar:

  • emoties;
  • motivatie;
  • leerervaringen;
  • omgeving;
  • welzijn.

Dat leidt vaak tot meer begrip én tot oplossingen die beter aansluiten bij wat de hond daadwerkelijk nodig heeft.

Een hond die zich veilig voelt, begrijpt wat er van hem verwacht wordt en voldoende ondersteuning krijgt, hoeft niet voortdurend gecontroleerd te worden. Hij kan leren samenwerken met zijn begeleider.

Tot slot

Dominantie is een begrip dat bestaat binnen de gedragswetenschap, maar niet op de manier waarop het vaak gebruikt wordt in de hondenwereld.

Honden zijn doorgaans niet bezig met het overnemen van de leiding binnen het gezin. Ze proberen vooral hun weg te vinden in een wereld vol prikkels, verwachtingen en emoties.

Wanneer we gedrag minder bekijken als een machtsstrijd en meer als een vorm van communicatie, ontstaat er ruimte voor een dieper begrip van wat onze honden ons proberen te vertellen.

Hoe meer we gedrag leren bekijken vanuit begrip en nieuwsgierigheid, hoe beter we kunnen inspelen op wat onze honden werkelijk nodig hebben.

En dat vormt vaak de basis voor iets waar zowel hond als mens baat bij hebben: een relatie gebaseerd op vertrouwen, veiligheid en wederzijds begrip. 

FluOH is een project van vzw Monsieur Gustave

Ondernemingsnummer: 0631817121

Vrije donaties zijn erg welkom!

Rekeningnummer: BE 26 7390 1369 9229

Word webmeter/peter van deze site:

Voor meer info: Tuin van Bastet